Vandaag is het op de kop af zeven jaar geleden, die schuiver. Met gemengde gevoelens overdenk ik de afgelopen jaren. Er is teveel gebeurd om 21 maart nog te associëren met iets anders.

De aaneenschakeling van hoop en teleurstelling, zacht uitgedrukt. De onophoudelijke stroom van, laat ik het hindernissen noemen. Het herstel waar geen eind aan leek te komen, de onzekerheden. Doemscenario’s. De worstelingen met de meest simpele dagelijkse handelingen. De pijn. Eenzaamheid. Verschraling van sociale contacten. Onbegrip. Moeheid, angsten en het afwisselend strijden en er geen gat meer in zien. Juridische ellende en praten tegen dovemansoren in de zorg. Knokken voor brood op de plank, maar dan wel in een ander beroep.

Een hard gelag. Maar zoals met alles is er ook reden tot een lach.

Nooit zal ik de verdwaasde blik van de fietser vergeten die dit tafereel op zijn geweten heeft, en die vanaf een afstand riep dat hij Finimal bij zich had, of ik er één wilde tegen de pijn.

Even later arriveerden de bekende gele hulptroepen. Uit de ambu stapte mijn buur die die dag dienst had als ambulancebestuurder. Terwijl hij naar me toeliep en we elkaar wat verdwaasd aankeken vanwege dit toeval, vroeg hij: “Wat heb je nou weer gedaan?”.

De dag na het ongeval had ik een etentje bij de Japanner en denk maar niet dat ik etentjes zomaar afzeg. Er werd alternatief vervoer geregeld omdat ik zelf niet kon rijden en ik ging mee. Diagnose rechterhand was op dat moment nog ‘gekneusd’ dus ik moest en zou met stokjes eten. Toen een dag later bij controle op de poli bleek dat de hand gebroken was zijn daar nog lang grapjes over gemaakt.

De eerste werkdag van de nieuwe week stuurde ik mijn opdrachtgever een e-mail: “Ik zit even onhandig met vervoer, maar ik kan anders wel vanuit huis werken. Is er op gebied van ICT wat te regelen zodat dit wordt gerealiseerd?”. Ik begreep pas later waarom hier niet op ingegaan werd en moet nog grijnzen als ik hieraan terugdenk.

Er zijn nog lang, smalende opmerkingen gemaakt over de modelloze sportbroeken met elastiek, elegante Crocs waarop ik was aangewezen en het ‘eendenloopje’ in de tijd dat ik een spalk om één been had.

Ik zal nooit mijn fysiotherapeut André van Duijn vergeten die zijn naam eer aandeed. Die man heeft het keer op keer voor elkaar gekregen om me door zijn gegrap in de praktijk met een dikke grijns de straat op te krijgen na elke behandeling.

De grootste, inwendige lach tot op heden is die van de balans op dit moment: die staat in de plus. Ik heb een nieuw bestaan, met waardevolle nieuwe contacten. Niet te verwoorden hoe dat voelt. Dankbaar. Sterk. Overwinning. Verrijkt. Trots.

Er zit nog één grote lach in de pijplijn: die van de finish. Die komt, vroeg of laat. Niemand weet wanneer, maar wat ik wel weet is dat de vreugde enorm zal zijn. Ben ik van overtuigd. Met wat ik nu weet.

 

(98 keer bekeken, 1 lezers vandaag)
1 like